Hoofdinhoud

Met de campagne ‘Help onze wijkbijen’ heeft elke wijk in Zuid-Holland een eigen wijkbij gekregen. Bewoners zorgen voor hun bijen door de juiste planten en bloemen in de tuin of op het balkon te zetten. Maar bijen kunnen ons ook helpen bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Daarvoor heeft EIS Kenniscentrum Insecten voor alle vijftig Zuid-Hollandse gemeenten zogenaamde gidsbijen geselecteerd. Deze gidsbijen staan symbool voor een bepaald type leefgebied, bijvoorbeeld oeverland of kruidenrijk grasland. Daardoor wijzen zij de groenbeheerders in de gemeenten de weg naar insectenrijk beheer waar naast bijen, vele soorten insecten van profiteren.

 

In opdracht van Groene Cirkel Bijenlandschap heeft Linde Slikboer van EIS Kenniscentrum Insecten een lijst samengesteld met gidsbijen voor elk van de vijftig gemeenten van Zuid-Holland.

 

Wat zijn gidsbijen? Hulp voor groenbeheerders

Gidsbijen zijn zeldzamer en vooral kritischer dan de wijkbijen. Gidsbijen zijn kieskeurig in de eisen die ze stellen aan hun leefomgeving, bijvoorbeeld aan de bodemsoort, aan de planten waarop ze aanvliegen en aan hun nestplekken. Daardoor biedt de aanwezigheid van een specifieke bij ons meteen kennis over dat gebied. En daarom hebben deze bijen een gidsfunctie voor de groenbeheerders in de gemeenten; ze wijzen de weg naar het optimale beheer en de beste inrichting van de openbare ruimte.

 

Voor elke Zuid-Hollandse gemeente zijn vijf bijensoorten geselecteerd die daar in het landschap passen. Ze staan symbool voor een bepaald type leefomgeving, bijvoorbeeld oeverland, bloemrijk grasland of een bosrand. Via de bijen krijgen gemeenten praktische handvatten om hun openbare ruimte zo in te richten dat er ruimte ontstaat voor kwetsbare en waardevolle soorten.

 

Hoe werkt het?

De gidsbijen zijn te vinden in de online kaart. Door op een van de vijftig gemeenten te klikken zie je welke vijf bijen bij die gemeente horen. Ook staat er een link naar het rapport met beschrijvingen van de soorten, de leefgebieden en welke beheeradviezen daaruit volgen om de bijen te helpen.

 

Vind de gidsbijen van jouw gemeente op de bijenkaart

 

Wat voor leefgebieden zijn er?

Natuurlijk is elke gemeente en regio weer nèt even anders, maar er zijn wel verschillende typen leefgebieden die de gemeenten kunnen aanleggen en beheren:

  • Struwelen en bosranden. Die bieden zonnige, beschutte plekken met vroegbloeiende bomen, struiken èn kruiden aan bijen en belangrijk voor bijen die op deze soorten stuifmeel verzamelen en nestelen in de grond of in holle dode stengels of takken. 
  • Zandige en warme plekken: die bieden nestgelegenheid aan bijen die in de grond nestelen. Dat doet het merendeeel van de soorten.
  • Doorlopend bloemaanbod. Dat is belangrijk voor hommels, die van het vroege voorjaar tot in de herfst wat te eten moeten hebben.
  • Bloemrijk grasland. Gras heeft bijen niet veel te bieden. Hoe meer bloemen er tussen staan, hoe meer stuifmeel en nectar bijen er kunnen verzamelen. En veel van die bloeiende graslandplaneten, zoals klavers, zijn geliefd bij veel bijensoorten.
  • Vroegbloeiende bomen en struiken. Als een boom of struik gaat bloeien, levert dat gelijk véél stuifmeel en nectar op. In het voorjaar vliegen er veel bijensoorten die daarvan afhankelijk zijn.
  • Ruderale plekken, oftewel plekken die verstoord zijn, zoals akkers, bouwterreinen. Er zijn planten, èn bijen, die zich juist daar thuis voelen.
  • Bloemrijke oevers. Ook hier groeien en bloeien planten die zich aan de waterkant hebben aangepast, en er vliegen bijen die van het stuifmeel en de nectar van juist die planten leven. 

Vind de gidsbijen van jouw gemeente op de bijenkaart