Hoofdinhoud

18 soorten bijen kunnen worden gerekend tot de belangrijke bijensoorten voor Zuid-Holland.  Ze worden daartoe gerekend omdat ze op de Rode Lijst van bedreigde soorten staan, vooral in Zuid-Holland voorkomen, gevonden zijn in sterk geïsoleerde populaties en/of doelsoort zijn van Groene Cirkel Bijenlandschap.

Het gaat om de volgende soorten: donkere wilgenzandbij, zilveren zandbij, heidezandbij, veenhommel, heidekegelbij, grote kegelbij, donkere zijdebij, heizijdebij, zwartgespoorde houtmetselbij, duingroefbij, steilrandgroefbij, ruige behangersbij, zilveren fluitje, kustbehangersbij, gouden slakkenhuisbij, kauwende metselbij, gedoornde  slakkenhuisbij, witgevlekte tubebij.

Donkere zijdebij Foto: Donkere zijdebij - Menno Reemer
Duinkegelbij Foto: Duinkegelbij - Menno Reemer

Gewenst beheer voor wilde bijen

Bij het duinbeheer is vooral belangrijk om bij ingrepen te letten op de beschikbaarheid van voedsel tijdens de vliegtijd van de bijen. Bijvoorbeeld: voor soorten die op wilgen vliegen is het niet wenselijk om alle wilgen in het voorjaar te terug te snoeien. Gefaseerd maaien en afvoeren zorgt ervoor dat het terrein niet verruigt, terwijl er in elk seizoen, op elk moment, bloeiende planten blijven staan.

 

De open duingebieden zijn zeer aantrekkelijk voor insecten die in de bodem nestelen, vanwege de zandverstuivingen, steile zandwandjes, de zonnige en schaars begroeide hellingen en de oude akkertjes. â€‹Het open maken van duinstruweel (b.v. rooien van duindoorn) is daarom gunstig, omdat daardoor stuifkuilen kunnen ontstaan. Voor bijennesten maakt het niet uit, wanneer je iets doet. Die zijn permanent bewoond. De eitjes die in het voorjaar in het nest worden gelegd, leveren bij veel soorten pas na de winter volwassen bijen op.

 

Over het algemeen is recreatie geen probleem, zolang die beperkt blijft. Betreding kan een goede dynamiek opleveren, omdat dichtgegroeid terrein weer open komt te liggen. Er kan gedifferentieerd worden (periode, plekken) in de mate waarin struinen door de duinen wordt toegestaan.

 

Het is belangrijk om te zorgen voor een mozaïek in vegetatie. Een combinatie van (gefaseerd) maaien en begrazen (b.v. door schapen) kan hiervoor zorgen. Voor soorten die gebonden zijn aan heide (heidezandbij, heizijdebij) kan ingezet worden op het revitaliseren en uitbreiden van de heide en het met elkaar verbinden van heidegebiedjes.

Gedoornde slakkenhuisbij Foto: Gedoornde slakkenhuisbij - Menno Reemer
Heidezandbij Foto: Heidezandbij - Menno Reemer

Monitoring

Er vindt nu monitoring van soorten wilde bijen plaats in Meijendel (Dunea), Solleveld (Dunea) en Oud- en Middelduinen op Goeree (Evides), door EIS Kenniscentrum Insecten. In Meijendel zijn 18 onderzoekslocaties verdeeld over drie gebieden met een verschillend begrazingsregime. In Solleveld wordt dit jaar voor het eerst gemonitord.

 

Monitoring door specialisten is nodig, maar om het minder kostbaar en tijdrovend te maken is aanvullende monitoring door vrijwilligers gewenst. Omdat het herkennen van al die verschillende soorten lastig is, zou een training voor het herkennen van specifieke soorten nuttig kunnen zijn. Bij beschikbaarheid van vrijwilligers is het ook de moeite waard om telroutes voor hommels aan te leggen in het kader van het Meetnet hommels (zie www.bestuivers.nl/meetnethommels).

Ruige behangersbij Foto: Ruige behangersbij - Menno Reemer
Zilveren fluitje Foto: Zilveren fluitje - Menno Reemer

Kenmerken belangrijke/bijzondere soorten in de duinen

  • donkere wilgenzandbij - een vroeg in het voorjaar vliegende bij, die vooral op wilgen is gespecialiseerd
  • zilveren zandbij - de vrouwtjes nestelen vaak met tientallen bij elkaar in een droge bodem van los zand, vliegt o.a. op wilgen, muizenoor, struikheide, gewoon biggenkruid, peen
  • heidezandbij en heizijdebij - hebben een voorliefde voor struikheide; in Solleveld in Den Haag en in het zuiden van de Amsterdamse Waterleidingduinen komen sterk geïsoleerde populaties van deze soorten voor
  • heidekegelbij – komt voor in kalkarme duin- en heideterreinen, op open zonnige plekken; koekoeksbij die haar eitjes legt in nesten van verschillende andere soorten, in de duinen vooral van de ruige behangersbij
  • veenhommel – niet typisch voor de duinen, heeft een groot verspreidingsgebied
  • grote kegelbij – koekoeksbij die haar eitjes legt in nesten van de kustbehangersbij
  • donkere zijdebij - heeft een voorkeur voor de oude akkertjes in het zeedorpenlandschap, vliegt o.a. op witte klaver, hazenpootje, wilde reseda, zandblauwtje
  • zwartgespoorde houtmetselbij – nestelt in zelfgeknaagde gangen in dood hout, maar ook in plantenstengels van braam of vlier, vliegt o.a. op gewone rolklaver, witte klaver en braam
  • duingroefbij - een klein bijtje van 5-6 mm die de laatste jaren alleen in kalkrijke kustduinen worden aangetroffen, in dynamische duinen met stuifvalleien, vliegt o.a. op paardenbloem, vertakte leeuwentand, muizenoor
  • steilrandgroefbij – nestelt in actieve stuifkuilen en steilranden
  • ruige behangersbij – nestelt in zelf gegraven gangen in de grond die heel dicht aan de oppervlakte liggen (slechts 2 tot 3 cm diep), vliegt op veel verschillende plantensoorten, maar rolklaver is favoriet
  • zilveren fluitje - heet zo omdat de vrouwtjes een hoog zoemend geluid produceren, vliegt o.a. op gewone rolklaver, kruipend stalkruid, kattendoorn en luzerne
  • kustbehangersbij - gebruikt stukjes blad van bomen en struiken voor het nest, vliegt o.a. op aardaker, gewone rolklaver, kruipend stalkruid, kattendoorn en vogelwikke
  • gouden slakkenhuisbij en de gedoornde slakkenhuisbij - nestelen in lege slakkenhuisjes
  • kauwende metselbij – nestelt in holtes in hout, holle takken of rietstengels; dankt naam aan feit, dat het nestelmateriaal bestaat uit gekauwd plantenmateriaal
  • witgevlekte tubebij – koekoeksbij die haar eitjes legt in nesten van metselbijen