Hoofdinhoud

Klimopzijdebijen zijn 8,5 tot 15 mm groot. Het borststuk is teddybeer-bruin behaard. Op het achterlijf hebben ze opvallende gele haarbandjes. Het achterlijf loopt taps toe en is wat puntig. Je vindt ze vooral op klimopbloemen, dat helpt bij de herkenning. Soms worden ze verward met honingbijen, maar die zijn dikker en hebben geen gele haarbandjes. 

 

Klimopzijdebijen zijn te zien van augustus tot en met half oktober.

 

Is de klimopzijde bij jouw wijkbij?
Zo kun je deze natuurheld helpen:

  • Zaai of poot deze planten: Vooral veel wilde klimop, Hedera helix. Zorg ook voor voldoende andere bloemen dit laat in het jaar bloeien, bijvoorbeeld herfstaster en reseda. Die zorgen voor nectar als de klimop nog niet bloeit.
  • Snoei klimop minder vaak: snoei niet (alles) elk jaar en altijd pas in het voorjaar. 
  • Zorg voor zonnige en droge open plekjes op de grond, liefst van zandige grond, waar een nest gegraven kan worden.

Hoe nestelt de klimopzijdebij?

Klimopzijdebijen nestelen in de grond, meestal op zandige plekken. Het vrouwtje graaft de nestgangen zelf, op droge plekken. In zijgangen van de gang komen de nestkamers. In elke kamer legt ze genoeg stuifmeel, als voedsel voor één larve om op te groeien. Daarop legt het vrouwtje een eitje. Daarna maakt ze de kamer dicht. In het volgende jaar vliegen de jonge bijen uit.

 

Ook leuk om te weten

  • De vrouwtjes verzamelen stuifmeel tussen de lange haren aan de achterpoten. Ze gaan een klimopbloem zitten en wrijven het stuifmeel met alle poten tussen de haren op de achterpoten. Zo nemen ze het mee naar het nest.
  • Deze bijen nestelen vaak met tientallen tot honderden bij elkaar, maar wel elk in een eigen nestgang. Geschikte nestplekken worden soms jarenlang lang gebruikt door elk jaar een nieuwe generatie klimopzijdebijen.
  • Klimopzijdebijen komen pas sinds 1997 in Nederland voor. Sindsdien hebben ze zich snel verspreid over het hele land. Waarschijnlijk profiteren ze ze van de klimaatverandering, die zorgt voor een warmere nazomer, wanneer ze actief zijn.
  • Er is een kever die opgroeit in de nesten van de klimopzijdebij: de klimopbijenoliekever. De larven gaan op bloemen zitten en liften dan met de bijen mee naar het nest. Soms kun je de minuscule larven op de bijen zien zitten.
  • Jonge klimopplanten klimmen tegen muren, schuttingen en in bomen, maar bloeien nog niet. Pas na een aantal jaar maken ze bloeiende takken, die niet klimmen. Wil je een klimop die direct bloeit voor klimopzijdebijen? Koop of maak dan een stek van zo’n bloeiende tak. In de winkel heet die ‘Struikklimop’ of Hedera helix arborescens. Je krijgt dan een bloeiend klimopstruikje.

 

Wilde bijensoort, klimopzijdebij, zit op de stamper van een klimopbloem. Foto: Menno Reemer
Wilde bijensoort, klimopzijdebij, zit op de stamper van een klimop en is op de rug bedekt met larven van de oliekever. Foto: P. van Breugel

Aan de slag

Wil jij aan de slag voor jouw wijkbij, dé natuurheld van de wijk? Vul dan het informatieformulier in en ontvang per mail een link naar de toolkit met daarin mooie posters, foto's en een voorbeeldtekst voor whatsapp of social media.

Ik wil mijn e-mailadres delen om op de hoogte te blijven *
Ik werk voor een organisatie *
Ik wil de locatie delen waar ik aan de slag ga *