Hoofdinhoud

Maaien met beleid

  • Maai pas nadat de meeste bloemen zijn uitgebloeid.
  • Maai gefaseerd, laat altijd een stuk staan.
  • Laat maaisel 1 tot 3 dagen dagen liggen. Zo kunnen zaden uit het maaisel vallen en dieren vluchten.
  • Gebruik licht materieel en een lage bandenspanning (evt. speciale lage drukbanden) als er op onverharde berm en oever gereden wordt.

Bijvriendelijk maaien

Bermen

  • Zorg voor dood hout in de berm. Dood hout heeft een belangrijke functie voor insecten. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid kan het noodzakelijk zijn om dode takken en toppen uit bomen langs wegen te verwijderen. Laat waar mogelijk een deel van de dode stam staan en leg snoeihout in de beplanting. Daar is het geschikt als leefgebied voor insecten en biedt het broedgelegenheid voor vogels.

  • Kies voor een zandige afwerking van de berm bij aanleg van nieuwe wegen of herprofilering van bestaande wegen. Hiermee ontstaan goede kansen voor het vestigen van een bloemrijke vegetatie. Ook kan ook een inheems bloemenmengsel worden gezaaid, zodat de gewenste vegetatie zich sneller kan ontwikkelen.

  • Kies bij aanplant van bomen voor soorten die bijdragen aan de voedselvoorziening van bijen, zweefvliegen en andere insecten (bijvoorbeeld linde- of wilgensoorten).

  • Creëer extra nestgelegenheid voor bijen door zandige open plekken te maken, geschikt voor bijen die hun nest in de bodem maken of door het plaatsen van bijenhotels.

  • Verschraal wegbermen, omdat dit leidt tot een snellere ontwikkeling van bloemrijke vegetaties. Dit kan worden bereikt door een beheer van maaien en afvoeren en door hooilandbeheer. Arme zandbodems – zoals die aanwezig kunnen zijn in wegbermen – kunnen één keer per jaar worden gemaaid, op voedselrijkere bodems is jaarlijks twee keer maaien en afvoeren nodig. Door vaker te maaien, verschraalt de bodem langzaam, omdat (rozetvormende) kruiden worden bevoordeeld ten opzichte van de grassen.

  • Laat vegetatie zich ontwikkelen waar het kan. Bij bermen dient rekening gehouden te worden met de verkeersveiligheid. In de eerste meter direct langs de weg, in bochten en bij kruisingen dient er goed zicht te zijn. In andere zones mag de vegetatie ruiger en hoger zijn, en kan ze een functie hebben voor overwinterende insecten.

Oevers

  • Laat oevers niet te veel verruigen en maai ze ook niet in hun geheel. Overblijvend riet is nestgelegenheid voor bijen.
  • Zet oevers deels af tegen vertrapping van de oevervegetatie door vee.