Hoofdinhoud

Inrichting

  • Werk kleinschalig: meer afwisseling in hoogte en dichtheid van de vegetatie en meer bodemreliëf betekent mogelijkheden voor meer soorten.
  • Vorm gazons en grasbermen om naar bloemrijk grasland.
  • Beplant vaste plantborders met voedselplanten voor bijen.
  • Zorg voor een mix van vroeg- en laatbloeiende soorten bomen en struiken. Er is dan voor bijen en andere insecten gedurende het grootste deel van het jaar voedsel te vinden. 
  • Vroege bloeiers zijn diverse wilgensoorten en sleedoorn, gele kornoelje en Spaanse aak. In het voorjaar en de vroege zomer bloeien meidoorn, zoete kers, linde en fruitbomen. Late bloeiers zijn braam, vuilboom en klimop.

  • Stem de beplantingskeuze altijd af met het bodemtype en lokale (grond)waterstand. Dit is in hoge mate bepalend voor het ‘aanslaan’ van de beplanting.

  • Werk met inheemse bomen, heesters en vaste planten. Deze bieden bijen voedsel- en nestgelegenheid.

  • Inspiratie voor bijvriendelijke beplanting: Biodiversiteit in tuin en plantsoen

Foto: Anne Marie van Dam

Beheer

  • Laat bomen en struiken in bloei komen. Soms worden meidoornhagen bijvoorbeeld al voor de bloei gesnoeid. Dan komen er dat jaar geen bloemen meer aan. Knot wilgen om en om, zodat er elk jaar wilgen bloeien.
  • Het is ook van belang dat planten kunnen bloeien en zaad zetten. Bijvriendelijke graslanden worden daarom pas na de bloei gemaaid.
  • Gefaseerd maaien is belangrijk, daarbij blijft een deel van de bloemen staan.
  • Ook is het belangrijk het maaisel na enkele dagen af te voeren.
  • Zorg hier en daar voor een paar vierkante meter open, droge grond in het zonbeschenen deel van het groen.
  • Gebruik geen gif voor onkruidbeheer en tegen ziektes en plagen!
Gefaseerd maaien

Meer informatie

Bekijk de mogelijkheden om een bijvriendelijk inrichtings- en beheersplan te maken op: Stappenplan–Prachtlint